Kasteel de Kelder
Kasteel de Kelder heeft een rijke geschiedenis waarvan lang niet
alles bekend is. Vroeger sprak men in plaats van kasteel de Kelder van
havezate Hagen. Een havezate is oorspronkelijk een kasteelboerderij maar
die functie heeft de Kelder slechts eeuwen geleden gehad. Er is bekend
dat een oud Doetinchems geslacht verschillende vooraanstaande personen
heeft opgeleverd nl. schepenen en burgemeesters van de stad. Zij droegen
de naam Haegen of van Haegen en het zou goed kunnen dat oude leden van
deze familie bezitters waren van havezate Hagen.
Albert van Haeghen wordt van 1661 tot 1663 als schepen genoemd en in het
jaar 1661 als burgemeester,terwijl Balthasar van Haeghen in de jaren
1683 tot 1693 diverse malen vermeld wordt, respectievelijk als
burgemeester, als schepen en als gasthuismeester. Tenslotte is er nog
Evert Godfried van Hagen, hij is schepen van 1685 tot 1694 en in
laatstgenoemd jaar tevens burgemeester van Doetinchem. Bovengenoemde
personen zijn allemaal lid van een en dezelfde familie en gezien de
ligging van Hagen bij Doetinchem mogen we concluderen dat deze familie
in eerste instantie bewoner en eigenaar is geweest van de havezate.
Later is de havezate in andere handen beland. In 1653 is Frederica van Voorst, weduwe van Dunnewolt tot de Nevelhorst, eigenaresse van Hagen. De Havezate was waarschijnlijk van haar man maar jonker Ernst van Dunnewolt tot de Nevelhorst raakte op 4 mei 1637 op de Meimarkt te Doetinchem in een gevecht gewikkeld en zo kreeg de weduwe de havezate in handen. Zij en Henrick Frederick Bentinck tot Gansevert verkochten “het adellick huijs ende havezate Hagen", aan Henrick van Boshoff en Margarieta van Leefdael, zijn vrouw.Laatstgenoemd echtpaar droeg Hagen een paar dagen later op aan hun zoon Henrick Jan van Boshoff tot Zuyderhuys. Deze verklaarde op 2 juni 1656 aan Petrus Hemony een som van 6000 carolusguldens schuldig te zijn en stelde het goed Hagen daarvoor als onderpand. Hij verklaarde eveneens dat zijn zoon Hendrik Jan de som van 6000 gulden, die hij geleend had van Hemony, gebruikt heeft tot betaling van de laatste termijn van de koopsom van het goed Hagen. Deze mededelingen, in een protocol van kentenissen en opdrachten over de jaren 1652-1660 van het Landdrosambt Zutphen zijn gevonden in druk in een Rijksarchief.
Vanaf 19 september 1662 verschijnt het goed Hagen in de leenregisters. Elsebe Margareta van Baer, weduwe van Hans Christiaan van der Schuyren, is dan eigenaresse van de havezate en draagt het goed in leen op aan de Staten van Gelderland en ontvangt het als leengoed weer terug. De omschrijving van het goed is ongeveer dezelfde als die in 1653, er wordt gesproken over de venen, achter het adellijk huis en hof, in het moeras dat aan Sion’s venen grensde. Ook heeft men het over de Haegener venen, jaarlijks goed voor een opbrengst van 3 schepel rogge (Doetinchemse maat) die naar het gilde van St. Catharina ging zoals de garftiende ging naar degene die met garven belast was. Dhr. Frans Cuyper was voogd voor Elsebe van Baer en haar ‘hulder’, degene die de leeneed deed, was Frederik van der Capellen.
Alexander van der Capellen Frederik van der Schuyren werd op 14 oktober 1662 beleend, zijn zuster Judith Ermgart van der Schuyren, echtgenote van Frederik van der Capellen tot de Boedelhof en erfgename van haar broer werd op 11 december 1680 beleend. Zij en haar man droegen het goed op aan hun zoon Alexander van der Capellen op 9 juli 1687 en zijn broer Hans Christoffel werd op 14 maart 1712 beleend. Vervolgens werden diens broers en zuster, Jacob Derk, Jasper Gerrit en Margaretha Sibilla beleend en zij gingen een erfdeling aan waarbij Jasper Gerrit per 10 oktober 1733 met Hagen beleend werd. Van 1733 tot 1748 was deze Jasper Gerrit de eigenaar, van 1748 tot 1780 was dat Frederik Jacob Derk van der Capellen. Van 1780 tot 1784 was Hagen in het bezit van Joan Derk van der Capellen tot de Pol, de grote leider van de Patriotten in ons land. Tenslotte werden Rudolf Christiaan van Rechteren en Anna Elisabeth van der Capellen, dochter van Joan Derk, beleend op 14 mei 1790. Door hun huwelijk kwam het goed bij de van Rechteren’s terecht. De beleningen houden hier op want in de Franse tijd werden de leenrechten afgeschaft.
In de eerste helft van de negentiende eeuw kwam Hagen in het bezit van de Van Pallandt’s. Eerst in dat van Frederik Willem Floris Theodorus (tot 1853), toen van Adolf Werner Carel (1853-1874) en weer later was het van Floris, baron van Pallandt (1874-1902). Van 1902-1953 is Henriette Jeanne Adelaide, barones van Pallandt, gehuwd met Jhr. Vincent Johan Gerard Beelaerts van Blokland de eigenares. Van 1953-1970 bezit Jhr. Vincent Pieter Adriaan Beelaerts van Blokland het kasteeltje en sinds 1970 is Jhr. Floris F.A. Beelaerts van Blokland eigenaar.
De huidige eigenaar woont nu bij het kasteeltje en doet er alles aan om het zoveel mogelijk in oude staat te herstellen. Dat die moeite zich loont mag duidelijk zijn want kasteel De Kelder is werkelijk een lust voor het oog!