Zendgebouw Kootwijk
Algemeen:
Het Zendgebouw van Radio Kootwijk is in veel opzichten uniek. Het heeft
een bijzonder ontwerp en is het eerste in gewapend beton uitgevoerde
gebouw in Nederland.
Dankzij vorm en grootte valt het erg op temidden van de Veluwse natuur. Niet voor niets wordt het ook wel de kathedraal van de Veluwe genoemd. Architect van het complex was Jules M. Luthmann.
Het ontstaan van Zengebouw Radio Kootwijk:
1923 Na veel politieke discussie werd besloten tot de bouw van een zendstation voor de lange golf, waarvoor een geschikte locatie werd gevonden op de zandverstuivingen bij Kootwijk
Als handelsnatie en land met grote overzeese gebiedsdelen had Nederland veel belang bij goede en vooral snelle internationale verbindingen. Tot aan de eerste wereldoorlog was Nederland aangewezen op (telegrafie-)kabelverbindingen via het buiteland. Met name tijdens de eerste wereldoorlog werden de nadelen van deze afhankelijkheid sterk voelbaar, toen Engeland de berichten die via zijn kabels liepen ging censureren. Steeds meer voelde men de noodzaak van eigen, onafhankelijke internationale verbindingen. Na veel politieke discussie werd tenslotte besloten tot de bouw van een zendstation voor de lange golf, waarvoor een geschikte locatie werd gevonden op de zandverstuivingen bij Kootwijk.
Het bijbehorende ontvangstation stond aanvankelijk in Sambeek, maar werd in 1924 naar Wassenaar, en later naar nederhorst den Bergh in het Gooi verplaatst. In Indië was men inmiddels begonnen met de bouw van Radio Kootwijks tegenhanger: het zendstation te Malabar bij Bandung. Op 7 mei 1923 werd het zendstation Radio Kootwijk officieel in dienst gesteld. De machinezender van Telefunken werkte, evenals de boogzender te Malabar, op kilometerslange golven. De zender kreeg de internationale roepletters PCG. De "G", in combinatie met de lange golven waarop hij werkte, bezorgde de zender de bijnaam Lange Gerrit. De ontwikkelingen op het terrein van de radiotelegrafie stonden intussen echter niet stil en al kort na de ingebruikneming van het nieuwe zendstation werd men zich bewust van de beperkingen die lange golf met zich meebracht. De lange-golfverbinding was energieverslindend en daar door zeer kostbaar. Bovendien waren de resulteten niet echt bevredigend. Overdag waren er zoveel storingen dat een vlotte afwikkeling van berichtenverkeer vrijwel onmogelijk was. In de jaren "24-"25 ontdekte men dat korte golven van 200 meter of nog minder zich veel beter leenden voor lange-afstandsverkeer. Niet alleen was de korte golf veel minder gevoelig voor atmosferische storingen, ook konden nu dure, stroomverslindende machine- en boogzenders vervangen worden door veel compactere en goedkopere lampenzenders, die slechts een fractie verbruikten van de energie die nodig was voor het lange-golfverkeer. Bovendien kon met de hogere seinfrequentie die nu werd bereikt beter ingespeeld worden op het snelgroeiende telegraafverkeer.
In augustus 1925 kwam de eerste korte-golfverbinding tot stand. Die verbruikte op een golflengte van slechts 42 meter niet meer dan een half procent van het vermogen van de machinezender. Met de ingebruikneming van het korte-golfverkeer kwam ook de radiotelefonie in zicht. In 1927 werd er geëxperimenteerd met de eerste kruisgesprekken tussen Nederland en Indië en al op 28 februari 1928 stelde de PT de radiotelefoondienst Holland-Indië open voor het publiek. Vanaf die datum klonk het "Hallo Bandoeng" veelvuldig door de ether.

Opening van de radiotelefoon-
dienst door Koningin-Moeder
Emma op 7 januari 1929.